DronePortal.app
Gemaakt voor professionele drone-operators
Werkt met · UgCS
UgCS van SPH Engineering zit aan de planningskant: je legt er vóór de start vast met welke GSD, welke overlap en welke hoogtemodus je vliegt. Dat is precies de informatie die je klant nodig heeft om je beelden als meting te lezen — en die onderweg meestal verdwijnt. Deze pagina volgt de hele keten: plannen, verwerken, opleveren.

Kort samengevat: UgCS staat vóór de vlucht, niet erna. Het berekent je vluchtlijnen, cameratrigger en terreinvolgende hoogte op basis van je camera en de gewenste grondresolutie, en het bewaart die route zodat je hem volgend jaar identiek opnieuw kunt vliegen. Verwerken doet het niet, opleveren evenmin — dat zijn twee losse stappen erna. Wat vaak over het hoofd wordt gezien: de parameters die je hier instelt zijn geen technische bijzaak, ze zijn het bewijsmateriaal van je oplevering.
Een fotogrammetriemissie opzetten in UgCS is een korte reeks keuzes: nieuwe route, drone kiezen, routetype Photogrammetry, het gebied intekenen, camera kiezen — en dan rekent UgCS de vluchtlijnen uit. De keuze die er het meest toe doet komt meteen daarna, want je kunt hem twee kanten op maken:
Het rekenwerk erachter is simpel — hoogte boven de grond = (brandpuntsafstand × GSD × pixelaantal) / sensorafmeting — maar de betekenis is dat niet. De GSD is de belofte over wat er zichtbaar is. Bij 2 cm per pixel is een scheur van 5 mm geen vaststelling, hoe scherp de foto ook oogt. Achteraf opschalen maakt geen detail dat er nooit was; als de resolutie te grof was voor de vraag van je klant, was de vlucht het antwoord niet.
Voor de overlap houdt UgCS 80 % in de vliegrichting en 70 % tussen de banen aan als vertrekpunt. Bij vlak, contrastrijk terrein kun je omlaag; bij vegetatie, water, spiegelende daken of een complexe structuur ga je omhoog, want een reconstructie die uit elkaar valt kost je een tweede vlucht.
Eén stille valkuil: gebruik je een camera die niet in de lijst staat, dan maak je zelf een profiel — en dat wil de werkelijke brandpuntsafstand, de sensorafmeting in millimeter en het pixelaantal. Vul je daar de 35 mm-equivalent in, dan klopt elk GSD-cijfer dat UgCS je toont niet, en draagt je oplevering straks een getal dat niet waar is. Dat is een fout die niemand ziet, tot iemand hem naremeten.
UgCS laat je kiezen hoe de hoogte tijdens de vlucht bepaald wordt, en die keuze bepaalt of één GSD-cijfer over je hele opdracht geldt:
| Modus | Wat het doet | Gevolg voor de GSD |
|---|---|---|
| AMSL | Vaste hoogte boven zeeniveau | Loopt uiteen zodra het terrein helt |
| AGL | Volgt het terrein op vaste hoogte | Constant — de standaardkeuze voor mapping |
| Smart AGL | Extra waypoints bij steil terrein | Constant, ook op wanden en groeves |
| Rangefinder | Hoogte via sensor naar beneden | Voor zeer lage vluchten |
AGL is voor de meeste karteringsopdrachten de juiste keuze, om precies één reden: het houdt de grondresolutie gelijk over het hele gebied. Vlieg je AMSL over hellend terrein, dan is je 2 cm per pixel een gemiddelde en niet meer dan dat — de hoge kant is grover, de lage kant fijner. Smart AGL is bedoeld voor de gevallen waar gewone AGL het terrein niet snel genoeg volgt, zoals een steile wand of een groeve; die modus zit niet in elke licentie, dus controleer je eigen versie in het licentieoverzicht van SPH Engineering.
Voor je oplevering betekent dat: de hoogtemodus hoort bij het GSD-cijfer. "2 cm/px, AGL" is een uitspraak over de hele kaart. "2 cm/px" zonder meer is een uitspraak over ergens.
Bij een eenmalige kartering is de vlucht het werk. Bij inspectie is de reeks het werk — en een reeks bestaat alleen als de vluchten onderling vergelijkbaar zijn. SPH Engineering formuleert het in zijn eigen inspectiehandleiding onomwonden: elke inspectie van hetzelfde object moet hetzelfde vluchtpad, dezelfde hoogte, dezelfde overlap en dezelfde GSD gebruiken.
Daarom bewaar je de route in plaats van hem elk kwartaal opnieuw te tekenen. Een opgeslagen route die je deelt met een collega-piloot is het verschil tussen "we zijn opnieuw gaan vliegen" en "we kunnen vergelijken". Zonder die discipline zijn twee opnames van dezelfde gevel twee mooie fotosets waarin je niets kunt aanwijzen dat veranderd is, omdat je niet weet of het verschil in de muur zit of in de vlieghoogte.
En dan de stap die bijna altijd ontbreekt: je klant merkt van al die zorgvuldigheid niets, tenzij je hem meelevert. Drie vluchten met dezelfde routenaam en drie opnamedatums, samen in één portaal, zijn zichtbaar een monitoringreeks. Dezelfde drie vluchten als drie losse downloadmappen zijn drie keer hetzelfde bestand met een andere datum. Het werk was identiek; alleen het tweede geval verkoopt geen vervolgopdracht.
Voor gevels, torens, stuwdammen en silo's werkt een neerwaarts raster niet — daar gebruik je in UgCS de Vertical scan-tool. Je tekent een polylijn als projectie van het verticale vlak, geeft de afstand tot de gevel op, de minimum- en maximumhoogte boven de grond en de overlap, en kiest je camera uit de payloadlijst. UgCS legt daar een vlucht overheen die de camera loodrecht op het oppervlak houdt.
Twee praktische punten uit dezelfde handleiding. Ten eerste het patroon: is het object hoger dan het breed is, kies dan het verticale patroon, anders het horizontale — dat scheelt bochten en dus batterij. Ten tweede de reden waarom de standoff-afstand zo veel gewicht heeft: een constante afstand tot het oppervlak is wat de GSD op die gevel constant houdt. Dat is precies wat een scheurbreedte tussen twee jaren vergelijkbaar maakt.
Voor cilindrische objecten — masten, schoorstenen, koeltorens — bestaat er ook nog Circlegrammetry, een cirkelvormig schuin patroon. SPH Engineering rapporteert in eigen veldtests 64 % minder vluchttijd dan een klassiek dubbel raster; behandel dat als een cijfer van de fabrikant, niet als een garantie voor jouw object.
Terreinvolgend vliegen is alleen zo goed als het hoogtemodel eronder. UgCS werkt standaard met SRTM-data van ongeveer 30 meter resolutie — bruikbaar voor een landschap, te grof voor een steengroeve, een talud of een dijk. Je kunt je eigen DEM of DSM als GeoTIFF importeren, en op precies dat soort terrein is dat het verschil tussen een plan en een risico.
Twee schermen die het controleren vóór je vertrekt:
Bij een thermische missie hangt er meer aan de vluchtparameters dan bij een visuele. Te snel vliegen kost thermische resolutie, en een wisselende hoogte maakt dat je beelden onderling niet meer op één lijn staan — dus snelheid laag en constant, hoogte constant.
Maar het punt dat verder reikt dan UgCS: de radiometrie zit in de originele R-JPEG-bestanden, per pixel. Een thermische mozaïek die je erna bouwt ziet eruit als temperatuur, maar is het niet meer. Vraagt je klant "hoe warm is die connector", dan komt dat antwoord uit de originelen. Plan de missie dus zo dat die originelen bruikbaar zijn, en lever ze op náást je verwerkte product in plaats van in de plaats ervan. In DronePortal blijven ze achter de klantlogin staan, met temperatuur per pixel afleesbaar in de browser, zonder dat je klant DJI-software nodig heeft — zo werkt dat.
UgCS plant en vliegt. Het reconstrueert niets en het levert niets op; SPH Engineering is daar zelf ook duidelijk over en verwijst voor de verwerking naar Metashape, Pix4D en vergelijkbare software. Volledig ziet de keten er dus zo uit:
Die laatste stap is geen formaliteit. Je hebt in stap 1 nauwkeurigheid ingebouwd en in stap 3 een reconstructie gemaakt; als stap 4 een gedeelde map is, dan bestaat het bewijs daarvan nergens meer. DronePortal verwerkt zelf niets — het bedt de viewer in die je elders publiceerde, bewaart je originele beelden en zet er de tekst omheen die er in geen enkele exportmap staat.
Even neutraal: UgCS is één professionele manier om dit te plannen, niet de enige en geen aanbeveling van ons. DJI Pilot 2, Pix4Dcapture, Litchi en Mission Planner doen elk een deel van hetzelfde werk, met andere sterktes en andere prijzen. DronePortal stelt geen enkele eis aan je planningssoftware — deze pagina bestaat omdat de gegevens die je in een planner vastlegt óók in je oplevering thuishoren, welke planner dat ook is.
Dit is de kern van de pagina. De volgende gegevens staan na de missie in UgCS en nergens anders; ze kosten je drie regels tekst en ze veranderen wat je klant in handen heeft:
Die laatste is de moeilijkste en de waardevolste. Een oplevering die zelf benoemt wat er niet in zit, leest als vakwerk; een oplevering waar de klant het zelf moet ontdekken, leest als een fout.
skfb.ly-kortlinks worden geweigerd mét melding.Open de klantlink zelf in een privévenster vóór je hem verstuurt. Dat is de enige manier om te zien wat je klant ziet in plaats van wat je eigen ingelogde sessie toont.
Volgende stap in de keten: een WebODM-project opleveren · een Pix4D-project opleveren · een DJI Terra-project opleveren. Verder lezen: radiometrische thermische beelden opleveren en zes links voor één inspectie.
Nee. UgCS van SPH Engineering is planningssoftware: het rekent je vluchtlijnen, cameratrigger en hoogteprofiel uit en stuurt de vlucht aan. De reconstructie doe je erna in je eigen software — Agisoft Metashape, Pix4D, WebODM of DJI Terra — en de oplevering is daar nog eens een aparte stap na.
Nee. DronePortal stelt geen enkele eis aan je planningssoftware. Of je nu met UgCS, DJI Pilot 2, Pix4Dcapture, Litchi of Mission Planner vliegt, of volledig handmatig: DronePortal is de opleverlaag helemaal aan het eind van de keten en ziet alleen het eindresultaat.
Omdat het verschil tussen een foto en een meting in die twee gegevens zit. Een GSD van 2 cm per pixel zegt wat er detecteerbaar is; de hoogtemodus zegt of dat cijfer over de hele kaart geldt of een gemiddelde is. Zonder die zin lever je een mooi beeld; met die zin lever je een vaststelling die iemand kan narekenen.
Dezelfde route, dezelfde hoogte, dezelfde overlap en dezelfde GSD. Daarom bewaar je in UgCS de route in plaats van hem elke keer opnieuw te tekenen. En je klant merkt daar alleen iets van als je erbij zegt welke route gevlogen is: drie vluchten met dezelfde routenaam en drie datums in één portaal zijn een reeks, dezelfde drie vluchten in drie losse mappen zijn dat niet.
Alleen als je de originele R-JPEG-bestanden bewaart. De radiometrie zit per pixel in die originelen; een thermische mozaïek ziet eruit als temperatuur maar is het niet meer. Plan thermisch daarom op constante snelheid en constante hoogte, en lever de originelen op naast het rapport — in DronePortal blijven ze achter de klantlogin, met temperatuur per pixel leesbaar in de browser.
UgCS is een product van SPH Engineering. Wij hebben geen band met SPH Engineering; deze pagina beschrijft hoe een in UgCS geplande missie in een DronePortal-oplevering terechtkomt.
Rondleiding
Klaar om te starten?
Probeer DronePortal gratis — geen creditcard nodig.